Parentificatie en de Therapeut

‘De toekomst is niets meer dan de condensatie van de jeugd’
Reiner Maria Rilke


(Dit artikel is in de 'Zij' vorm geschreven. Daar waar 'zij' staat kan ook 'hij' gelezen worden.)

Met parentificatie wordt bedoeld: de gezinsomstandigheden waarin van de kant van de ouders het kind verantwoordelijk wordt gemaakt voor het welbevinden van de ouders. Of door middel van het overnemen van (verzorgings)taken, door middel van het zich laten verzorgen, of door het leven voor de ouders te leven.

Om zo volledig mogelijk te zijn, hierbij een overzicht van de inzichten die verschillende gezinstherapeuten over het begrip parentificatie geven.

  • Nagy:
    gebruikt het woord parentificatie en maakt een onderscheid tussen functionele afhankelijkheid, waarbij het kind taken van de ouders overneemt en zijnsafhankelijkheid, waarbij het voor kinderen onmogelijk wordt om zonder schuldgevoelens zelfstandig te worden. Kinderen vervullen behoeften van ouders, een gegeven dat in extreme (destructieve) vorm slecht is voor de kinderlijke ontwikkeling en het funktioneren als volwassene. Daar kinderen existentieel loyaal zijn naar hun ouders toe, is het vrijwel onmogelijk voor ze om zich aan deze per definitie a-symetrische ouder-kind relatie te onttrekken. Ze zullen hun hulp zonodig opdringen of situaties forceren waar de ouders niet om hen heen kunnen.

  • Stierlin:
    spreekt van het delegatieprincipe. Hieronder verstaat hij dat het kind een ‘opdracht’ wordt gegeven die voortkomt uit innerlijke conflicten bij de ouders, waarbij het kind zich ten doel stelt deze voor hen op te lossen. Hij denkt daarbij vooral aan de adolescentiefase, waarin extreme binding en verstoting als uitersten spelen.

  • Minuchin:
    gebruikt het woord adjudant, ‘the parental child’. Het kind komt in de ouderpositie en wordt een plaatsvervangende ouder, de bewaker van het gezin. Het welbevinden van het gezin wordt boven het eigen welbevinden geplaatst, het kind is daardoor niet in staat aan zijn eigen basisbehoeften te voldoen.

  • Elkind:
    gebruikt het begrip ‘the hurried child’, kinderen die onder de druk der omstandigheden gepushed worden om zich overhaast volwassen gedrag eigen te maken, zonder de hiervoor noodzakelijke parallel lopende emotionele rijping. Het kind krijgt een symboolfunctie die aansluit bij de emotionele behoeften van de ouders. Ook gebruikt hij de term ‘ouder-kind contracten’. Dit zijn op wederzijdse verwachtingen en vertrouwen berustende ongeschreven regels betreffende de relatie, die in de loop van de ontwikkeling steeds aangepast worden. Problemen kunnen ontstaan als er ‘contractbreuk’plaats vindt en het kind alle volwassen verantwoordelijkheden te dragen krijgt.

Pagina 1

  • Richter:
    spreekt van rolpatronen. Bij het kind is er echter sprake van een in principe uiterst selectieve, aanvullende en incomplete rolopvatting met daaraan gekoppeld rolgedrag. Dit is specifiek gericht op bij de ouders gesignaleerde tekorten. Het kind wordt niet gewaardeerd om wat het is, maar om wat het conform de rolverwachtingen behoort te zijn. In het kind wordt door de ouder gezocht: degene die men is, was, zou willen zijn of juist niet mag of kan zijn. Het kind krijgt deze rol gedicteerd en accepteert die ook om een betere ouder te zijn of worden dan de eigen ouders.

  • Van der Plas beschrijft parentificatie als volgt: een gezins-interactie- patroon waarbij generatielijnen worden overschreden en wel in die zin dat het kind ouderlijke functies gaat vervullen ten opzichte van de ouder, waarbij het niet slechts om taken gaat maar er vooral sprake is van rolomdraaïng. Slaagt men er niet in zich los te maken en te distantiëren van de opgedragen maar ook verinnerlijkte rol van hulpverlener, dan kiest men in de latere beroepscarriëre opnieuw voor opofferende hulpvaardigheid aan anderen.

Gezin van herkomst
Er komen in ieder gezin wel periodes of situaties voor dat er van de kinderen wordt verwacht dat zij zich als een verantwoordelijke volwassene gedragen. Dit is op zich een gezonde situatie waarin het kind de gelegenheid krijgt om een ‘gever’ te zijn en niet alleen aan de nemende kant te staan, zoals nogal eens over ‘een gelukkige jeugd’ gedacht wordt. Kinderen zijn gevers van nature.
Parentificatie is niet per definitie slecht. Het geeft het kind ook de gelegenheid en mogelijkheid te leren zorgen voor anderen, iets te doen waarmee het zich vrijer zal voelen om ook dingen voor zichzelf te doen en constructief gerechtigde aanspraak te verdienen.

Het wordt destructief als het kind taken krijgt waarvoor het leeftijdsonbekwaam is, het zich schuldig voelt om zich te ontwikkelen, er geen rekening gehouden wordt met de capaciteiten, of als er geen enkele erkenning gegeven wordt voor de inspanningen van het kind. De rigiditeit, de intensiteit en de tijdsduur zijn mede bepalend voor de mate van de destructiviteit. Dit zal vooral het geval zijn in gezinnen waar de ouders niet in staat zijn van hun kinderen te ontvangen en/of nemen, bijvoorbeeld omdat vroeger ook hun ouders niet konden ontvangen en/of nemen. Deze kinderen zullen dan eindeloos doorgaan met geven, zonder dat het ooit genoeg zal zijn.

Wanneer er door de ouders helemaal geen erkenning wordt gegeven, bestaat het gevaar dat het kind een gekozen oplossing voor een situatie, om hier mee om te gaan (coping) als enige mogelijkheid ervaart en ook later als volwassene geen alternatieven kan zien bij het zoeken naar oplossingen. En daardoor een onverschilligheid aan de dag legt omdat het toch allemaal niets uit maakt.

Pagina 2

De grondlegger van het fenomeen 'Parentificatie" Professor Iwan Nagy geeft aan dat er twee soorten afhankelijkheid bij ouders bestaan, waarbij hij de zijnsafhankelijkheid als destructiever beschouwt dan de functionele afhankelijkheid.

Parentificatie door middel van zijnsafhankelijkheid houdt in dat de ouders het kind nodig hebben om er voor hen te zijn en te blijven. Het kind mag dus niet groeien of volwassen worden. Het zal tegen wil en dank toch groeien, maar heeft het gevoel de ouders nooit te kunnen geven wat ze verlangen. De ouders hebben het gevoel dat hen iets ontnomen wordt waar ze recht op hebben en zien niet dat ze het kind in de eigen ontwikkeling belemmeren of deze onthouden. Het kind wordt hierdoor verantwoordelijk voor het welzijn van de ouders, ouder van de ouder gemaakt en is daarmee de eigen grootouder.
Omdat deze ouders indertijd destructief gerechtigde aanspraak opgebouwd hebben en zelf nog zo veel erkenning nodig hebben, kunnen zij hun kind geen erkenning geven voor wat het doet en geeft. Op deze manier presenteren zij de roulerende rekening aan de volgende generatie. Het kind wordt het kind van de rekening. Een schrijnend, maar prachtig gefilmd voorbeeld is de zoon die pianist voor zijn vader wordt in de film Shine. De vader is door de oorlog niet in staat geweest deze droom tot vervulling te brengen en verlangt nu dat zijn zoon dat in zijn plaats doet. Wat de zoon ook doet, het is nooit genoeg. Uiteindelijk betalen beiden hier een hoge prijs voor.

Functionele afhankelijkheid hoeft het kind niet in zijn groeien te belemmeren. Het destructieve kan hier zitten in taken waar het kind nog leeftijdsonbekwaam voor is, waar het nog niet aan toe is, of het onthouden van erkenning.

Gedrag
Alice Miller heeft in haar boek ‘het drama van het begaafde kind’ al verband gelegd tussen processen die zich voordoen bij het opgroeiende kind en de neiging om later een hulpverlenerscarriëre te kiezen.

Door een beroep in de hulpverlening te kiezen, kunnen geparentificeerde kinderen het aangeleerde gedrag in hun volwassen leven voortzetten. Hier blijkt uit dat het gezin van herkomst vanaf het begin betrokken is bij een maatschappelijke loopbaan of de sociale positie, ook lijkt het erop dat veel mensen die als kind geexploïteerd zijn, later weer in een situatie terecht komen waarin ze geëxploiteerd worden of dat zelf zijn gaan doen.

Volwassenen die als kind (destructief) geparentificeerd zijn, kunnen therapeuten worden die zich altijd groot willen voelen en zich tot in het extreme zullen blijven inzetten. In hun werk zullen ze zich als vrijwilliger opgeven, zich aanmelden voor allerlei extra taken en verantwoording nemen voor zaken die niet tot hun functie behoren. De bedoeling is anderen het werk uit handen nemen, omdat ze nog steeds op zoek zijn naar de niet gekregen en/of ontvangen erkenning.
Maar in de praktijk werkt het vaak anders. Collega’s raken geïrriteerd door die collega die altijd haantje de voorste is en ze de kans ontneemt om ook bepaalde vaardigheden te leren en ervaringen op te doen.

De volgende stap is dat er niet meer gevraagd wordt om een vrijwilliger, maar dat bepaalde werkzaamheden gewoon tot de arbeidstaak gerekend gaan worden. Men rekent erop dat je die dingen erbij doet, zoals altijd. En niemand zegt dankjewel, het is vanzelfsprekend geworden. Het gevolg is dat de therapeut zich niet erkend voelt voor zijn extra inzet en zich (weer) geexploïteerd voelt.

Pagina 3

Het zijn vaak zeer gewaardeerde medewerkers die uitblinken in opofferingsgezindheid, hulpvaardigheid, het bieden van steun, troost, bescherming, willen bemiddelen, verzoenen en zich heel verantwoordelijk gedragen. Ze hebben geleerd meer oog te hebben voor de noden van anderen dan voor zichzelf.

Bij al deze eigenschappen staat de ander altijd centraal. Maar deze vorm van ‘hulpverleners-gedrag’ heeft ook een andere kant, het geeft de therapeut de mogelijkheid de eigen emoties en ervaringen af te schermen om het moeilijke en soms pijnlijke proces van het leren kennen van de eigen kwetsbaarheid te accepteren of te vermijden. Eigen gevoelens en verlangens zitten vaak ver weg en zijn moeilijk te benoemen, of sterker nog, te vinden.

‘Ik trek het me erg aan als het niet goed gaat met mijn cliënten en ben erg gelukkig als het goed met mijn cliënten gaat’, is een zin die aangeeft dat een therapeut haar belangen samen laat vallen met die van anderen. Deze therapeut heeft geleerd dat blijven geven zonder te nemen en/of ontvangen en daarmee grenzeloos zijn de juiste manier van werken is. Het levert op deze manier geen validatie op om zich een autonoom persoon met eigen noden te voelen.

Het keerpunt komt vaak op een moment dat de therapeut in de put raakt met het besef aan zichzelf voorbij te zijn gegaan. Dat zij niet in staat geweest is de rollen om te draaien en anderen iets te laten doen, van hen te ontvangen. Hierdoor zijn de eigen behoeften en verlangens altijd onvervuld gebleven. Men is alleen maar bezig geweest met zichzelf onmisbaar te maken en het zoeken naar erkenning en waardering die vroeger niet ontvangen is, het voortzetten van het als kind aangeleerde gedrag op het werk.

Uit de verschillende definities van parentificatie blijkt dat geparentificeerde kinderen hebben geleerd ouder voor de ouder te zijn, de verantwoording over te nemen, wat ze in een sandwichpositie tussen de ouders en broers en zusters kan plaatsen. Soms kind met de kinderen en een volgende keer ouder van de ouders, als de eigen grootouder. Als deze therapeut in een team komt werken, kan dit tot moeilijke situaties leiden. Zij zal proberen een tussenplaats voor zichzelf te creeëren, een plek waar zij oog voor beide partijen kan hebben, maar op den duur zal zij deze sandwichpositie net als vroeger als pijnlijk en waarschijnlijk als onhoudbaar ervaren. Bovendien werkt dit in een team ongelijkwaardigheid in de hand.

Hulpbronnen
Het grenzeloos harde werken, het vooral oog hebben voor de noden van anderen, ongelijkheid of een exploïterende situatie zijn op zich allemaal al stressfactoren. Heeft deze therapeut een beperkte sociale omgeving, waardoor ze weinig steun ontvangt en niemand heeft om af en toe eens bij te tanken, dan is dat een volgende stress factor. Het hebben en gebruik maken van betrouwbare hulpbronnen is helpend. Als daar een zware werkdruk, geen feedback of andere werkproblemen bij komen, is dat weer een stress schepje er boven op. Dan is er vaak nog maar weinig voor nodig om op te branden.

Pagina 4

Programma-overzicht Parentificatie Therapeut - Onder Constructie

Terug naar Teksten Algemeen