Boekbeschrijving Multi Personality Syndrom van Michaela Hüber


Deze boekbeschrijving is een overzichtswerk over het ontstaan, de herkenning en de behandeling van dissociatieve identiteitsstoornissen. Het is geschreven vanuit een feministische visie op deze complexe en ingrijpende stoornis van de beleving van de eigen persoon bij een Meervoudige Persoonlijkheid. Het geeft een overzicht van de stand van zaken voor het ontstaan, de herkenning en de behandeling van deze stoornis rondom 1995 en geeft een goed inzicht en praktische tips voor de praktiserende therapeut.


Indeling boekverslag

- Persoonlijke Inleiding

- Kern boek

- Wat is een Meervoudige Persoonlijkheid?

- Hoe ontstaat een Meervoudige Persoonlijkheid?

- De diagnostiek, wie is meervoudig en wie niet?

- Essentiële verschillen bij behandeling van MPS t.o.v. andere traumatische ervaringen.

- Voorbereiding op Therapie.

- De Therapie.

Pagina 1

Persoonlijke inleiding, Joop Smulders

Dit boekverslag is geschreven als afstudeeropdracht voor de derdejaars student aan de SRN opleiding (Stichting Reďcarnatie-therapie Nederland). Als student aan de SRN wordt je in de opleiding meerdere malen sterk getriggerd door bepaalde onderwerpen die behandeld worden. Deze ‘onbewuste herkenning en reactivering van je eigen proces’ geven voor jezelf aan waar je als therapeut zelf nog aan moet werken om je eigen traumatische verleden te zuiveren en je ziel te laten groeien in een bewuste, zelfgekozen richting, dus vanuit overleven naar leven.

Voor mij was zo’n moment bij het onderwerp ‘Meervoudige Persoonlijkheden’, niet zozeer door de stoornis op zich maar door de oorzaken die zo’n stoornis kunnen veroorzaken. Het heeft mij uiteindelijk de moed gegeven om te gaan werken aan mijn diepste angsten en verdriet maar ook aan de keerzijde, mijn schaduwzijde, allemaal redenen waarom ik met deze opleiding ben begonnen.

Terecht benadrukt de schrijfster voor de lezer de impact van de cijfermatige gegevens en de beschrijvingen van ervaringen van ‘Meervoudige Persoonlijkheden’ over hun misbruik, hun mishandeling of hun verwaarlozing die in het boek worden weergegeven. Nog steeds kan ik niet volledig geloven dat de cijfers of de beschrijvingen in hun totale kader waarheid zijn. Nog steeds kan ik niet volledig geloven dat er mensen zijn die tot zulke gruwelijke daden in staat zijn ten opzichte van hun medemens en zeker niet ten opzichte van onschuldige kinderen. Ik kan het begrijpen als het gebeurt in de waanzin van een oorlog, ik kan het al minder begrijpen als verklaard wordt dat het plaats heeft gevonden in de historie maar dat het nu nog bewust en gestructureerd in het dagelijkse leven van een gewoon gezin in een gewone stad of dorp gebeurt gaat mijn begripsniveau nog steeds te boven.

De schrijfster refereert aan onderzoeken die aangeven dat de relatieve frequentie van seksuele mishandeling in de jeugd 6 tot 70% is bij vrouwen en 3 tot 30% bij mannen. Slachtoffers van seksueel misbruik, verkrachting en seksuele dwang zijn voor 75% meisjes onder de twintig. De daders die voor de eerste keer seksueel geweld plegen jegens kinderen zijn voor 98% mannen: in 50 tot 75% van de gevallen is het de vader of stiefvader. De schrijfster trekt als conclusie dat in de geďndustrialiseerde landen 1 op de 4 tot 1 op de 3 kinderen op een of andere manier, zwaar traumatisch, misbruikt, mishandeld of verwaarloosd wordt vanaf hun vroegste jeugd. Bij sommige gebeurt dit al in de baby tijd.
De referentie die de schrijfster geeft over daders zijn: familie zoals vaders, grootvaders, broers en ooms, kindervrienden, kameraden, betalende buitenstaanders, producenten en consumenten van kinderpornografie, pooiers, dealers, wapensmokkelaars, vrouwen als daders en medeplichtigen en als meest afschuwelijke, de satanssekten en de rituele mishandeling.

Het is daarom van belang dat elke therapeut die zijn vak goed wil uitoefenen weet moet hebben van deze gebeurtenissen die zich dagelijks afspelen in vele huizen in Nederland. En ook al zouden de cijfers van de schrijfsters niet geheel correct zijn, ook al zou de werkelijkheid maar de helft of een kwart zijn wat aangegeven wordt, dan nog zou het de verantwoordelijkheid moeten zijn van elke Nederlander om bij verondersteld misbruik, mishandeling of verwaarlozing de bevoegde instanties ogenblikkelijk in te lichten. Als therapeut moet het een professionele uitdaging zijn vanuit liefde om mensen, die op deze wijze getraumatiseerd zijn, te helpen een beter leven te kunnen laten leiden.


Pagina 2

Kern van het boek
Via een stapsgewijze opbouw wordt aangegeven:

  • Wat het lijden is geweest en nog is van een ‘Meervoudige Persoonlijkheid’, het misbruik, de mishandeling en/of de verwaarlozing vanaf de vroegste kinderjaren en nu de continue angst voor het wisselen van de persoonlijkheden waardoor de ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ niet weet wat in bepaalde tijden door haar/hem is gedaan, de angst voor de lichamelijke beschadigingen die de ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ zichzelf aanbrengt en altijd het idee dat mensen haar/hem voor gek zullen verklaren.

  • Wat de exacte definitie is van een ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ volgens het diagnostische handboek maar vooral wordt er de nadruk opgelegd hoe de ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ ontstaat, het zodanig dissociëren vanuit de gewelddadige werkelijkheid, een bijna doodservaring, en het daarbij creëren van een aantal alters die allen een deel van het trauma weten en ervaren om het slachtoffer te beschermen voor de gruwelijkheid van de totale traumatische ervaring. Het dissociëren en creëren van alters is dus een overlevingsstrategie van de ‘Meervoudige Persoonlijkheid’.

  • Wie de daders zijn in deze gewelddadige situaties waarbij met name wordt benadrukt dat het, voor de buitenwereld, gewone, nette mensen zijn waarvan je het misbruik, de mishandeling en/of de verwaarlozing zeker niet zou verwachten. En wat belangrijk is dat deze daders nauwelijks te pakken zijn omdat de traumatische ervaring door het bewustzijn van de ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ wordt afgeschermd en meestal pas jaren later in therapie een stukje van de sluier wordt opgelicht, maar dan is of de misdaad reeds verjaard, of is niet meer te bewijzen wat de ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ is aangedaan. Het meest tragische is dat de maatschappij nog steeds niet doordrongen is van, of bagatelliseert, wat in zoveel gezinnen plaatsvindt. De wantrouwige lezer zou zelfs de conclusie kunnen trekken dat blijkbaar veel invloedrijke mensen misschien tot de daders behoren want het stelen van geld wordt altijd nog sneller onderzocht en zwaarder bestraft als het plegen van misdrijven zoals die zijn ervaren door een ‘Meervoudige Persoonlijkheid’.

  • Hoe het normaalwaanzinnige leven van een ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ eruit ziet, wat het betekent om tijd kwijt te raken, om stemmen te horen in je hoofd die je bekritiseren, om je niet alleen te voelen in je lichaam, verschillende handschriften, kledingstukken, voorkeuren en vrienden te hebben, ‘bovennatuurlijke gaven’ te hebben zoals déjŕ vu, flashbacks, telepathie, voortdurend te moeten veinzen en wat het betekent om permanent angst te hebben.

Pagina 3

  • Op welke wijze de ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ gediagnosticeerd kan worden en hoe psychotherapie toe te passen met ‘Meervoudige Persoonlijkheden’ die wezenlijk anders is dan het werken met getraumatiseerde mensen die het trauma via een andersoortige stoornis in zichzelf hebben opgeslagen. De ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ zal eerst moeten weten welke stoornis zij/hij heeft, dan zal er een veilige omgeving moeten zijn (er kan nog altijd een dreiging uitgaan van de daders), er moet een duidelijk contract met alle of met zoveel mogelijk alters worden afgesloten dat er geen geweld gebruikt wordt, zowel niet naar buiten toe richting andere mensen alsook niet intern naar andere alters toe, de interne communicatie tussen de alters moet bevorderd worden d.m.v. (dagboek) schrijven, tekenen, schilderen en spelen, er zal intern een veilige plek gecreëerd moeten worden waar alters naartoe kunnen als eventuele herbelevingen te zwaar gaan worden.
    Zogenaamde vernietigingsprogramma’s die daders via alters in de ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ hebben geprogrammeerd zullen aangepakt moeten worden.
    En spontane herbelevingen moeten voorkomen worden omdat de ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ zich daardoor weer traumatiseert en haar/zijn overlevingsstrategie gaat toepassen in het creëren van de zoveelste alter. Via traumasynthese wordt dan langzaam gewerkt aan het verwerken van de trauma’s waarbij het doel is om alle alters met elkaar te laten samenwerken. Het doel van de therapie wordt dan uiteindelijk bereikt, het zodanig kennen van alle alters en/of het integreren van diverse alters in een alter waardoor de ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ ten alle tijden weet wat zij doet, GEEN tijd meer kwijtraakt en de verantwoordelijkheid voor haar/zijn daden zelf op zich kan nemen. Daardoor zal de ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ ook de permanente angst kwijtraken die zij/hij altijd ervaren heeft.

Wat is een ‘Meervoudige Persoonlijkheid’?
Volgens het DSM-III-R (internationaal diagnostisch handboek voor psychische stoornissen) wordt de ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ als volgt gedefinieerd:

  • De aanwezigheid binnen een persoon van twee of meer van elkaar te onderscheiden persoonlijkheden of persoonlijkheidsvormen die elk met een betrekkelijk langdurig patroon van het zich bewust zijn van het in verhouding staan tot en het denken over de omgeving en zichzelf.

  • Ten minste twee van deze persoonlijkheden of persoonlijkheidsvormen bepalen regelmatig volledig het gedrag van betrokkene.

Pagina 4

Het eerste criterium beschrijft de splitsing (dissociatie) in verschillende alters, die elk een eigen leven gaan leiden. Het tweede criterium maakt duidelijk waar het onderscheid ligt met veel andere mensen die bijvoorbeeld een ‘verborgen kind’ in zich hebben die zich soms manifesteert. Bij de ‘Meervoudige Persoonlijkheden’ nemen de deelpersoonlijkheden op gezette tijden volledig de controle over het gedrag, het denken, het lichaam en de gevoelens over. Dat heeft vaak tot gevolg dat de persoon zelf helemaal niet weet dat ze af en toe iets zegt, denkt, voelt of doet wat ze zelf ‘nooit zou doen’. Ze heeft dan een volledige amnesie voor de tijd waarin de andere persoon ‘buiten’ is.

Het is frappant dat in deze twee criteria het ‘kwijt zijn van de tijd’ (de amnesie), (een andere alter is naar buiten getreden en heeft de persoonlijkheid overgenomen), niet als duidelijk aspect naar voren komt. Het is juist een van de meest aantoonbare bewijzen voor de diagnose van een ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ en een van de meest frustrerende ervaringen voor de ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ zelf waardoor deze zich terugtrekt uit de maatschappij omdat ze/hij bang is voor wat ze/hij doet terwijl ze/hij niet weet dat ze/hij het doet.

De ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ heeft dus in zich een aantal alters gecreëerd die haar/hem helpen om niet de gruwelijkheid wat zij/hij heeft meegemaakt te ervaren in haar bewuste en die geschikt is om een gedeelte van het trauma, op welke wijze dan ook, te handelen. Deze alters hebben in het merendeel een eigen naam en een van de criteria om te diagnosteren of iemand een ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ is het vragen om de naam van de alter die naar buiten treed. Elke alter heeft een functie zoals de beschermer, de gevoelloze, de waarnemer, het pijnlijke kind, het verwarde kind, de vernietiger, de aanvaller et cetera en kunnen variëren in leeftijd en in geslacht. Degene die het meest naar voren treed en ook meestal in therapie wil is de Gastvrouw/man.

Deze wordt zo genoemd omdat niet aangetoond kan worden wie uiteindelijk de echte oorspronkelijke mens is die er was voordat de splitsingen begonnen.
Verder is het zelfs mogelijk dat een alter een eigen stofwisseling ontwikkelt, een eigen schrijf- en praatstijl, zeker een eigen voorkeur heeft voor kleren en bijvoorbeeld muziek en inrichting. De schrijfster geeft zelfs aan dat de kleur van de ogen zich kan wijzigen bij een zogenaamde switch, dat is dat een andere alter in een keer de persoonlijkheid overneemt en een totaal ander gedrag kan gaan vertonen. Deze overname geschiedt altijd als er een zodanige trigger komt dat de alter daardoor genoodzaakt wordt om naar buiten te treden of intern in het systeem van deze ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ acties gaat ondernemen om bijvoorbeeld te straffen, de door de daders geprogrammeerde alters.
Het moge duidelijk zijn dat, wil de psyche van de mens de normale persoonsontwikkeling van een opgroeiende mens zoveel geweld aandoen door op deze wijze meerdere personen in een persoonlijkheid te ontwikkelen, deze mens gruwelijke ervaringen moet hebben gehad.

Pagina 5

Hoe ontstaat een Meervoudige Persoonlijkheid?
De schrijfster stelt dat voor het ontstaan van een ‘Meervoudige Persoonlijkheid’ vier voorwaarden zijn:
- De persoon moet van het vrouwelijk geslacht zijn.
- De persoon moet goed kunnen dissociëren.
- De persoon heeft zeer ernstige trauma’s meegemaakt in de kindertijd.
- De persoon heeft ervaren dat niemand, maar dan ook niemand helpt.

Voorwaarde een lijkt de cijfers van misbruik bij meisjes en jongetjes tegen te spreken maar de schrijfster wil met name daarmee duidelijk maken dat het vrouwelijk geslacht reeds duizenden jaren lijdt onder de onderdrukking van de man, de goede niet te na gesproken. Maar de kans dat een kind van het vrouwelijk geslacht seksueel wordt misbruikt is nu eenmaal groter dan bij een kind van het mannelijk geslacht.
Maar toch bestrijd ik enigszins de eerste voorwaarde omdat A) wel degelijk aantoonbaar kinderen van het mannelijk geslacht seksueel worden misbruikt, door mannen maar ook door vrouwen en dat mishandeling, verwaarlozing en met name passieve agressie zeker net zo veelvuldig plaatsvindt bij kinderen van het mannelijk geslacht als bij kinderen van het vrouwelijk geslacht.

Voorwaarde twee is de onbewuste verdediging tegen de extreme, ondraaglijke geweldpleging die het kind moet ondergaan. Het voornaamste kenmerk van een dissociatieve stoornis is een verandering in de normale integratieve functies van identiteit, geheugen en bewustzijn. De verandering kan plotseling of geleidelijk optreden en van voorbijgaande aard zijn of chronisch zijn. Als de verandering primair de eigen identiteit betreft, wordt de werkelijke identiteit tijdelijk vergeten en kan er een nieuwe identiteit aangenomen of opgedrongen worden.
Met andere woorden: de waarheid wordt geheel verdrongen in het onbewuste van het kind en daarvoor in de plaats maakt het kind andere herinneringen en indien nodig ook een andere persoonlijkheid die met deze herinnering goed kan omgaan. Voor de therapeut geldt hier: als we begrijpen hoe de meervoudige persoonlijkheid haar/zijn ervaring heeft gedissocieerd, kan deze geholpen worden door deze ervaringen weer te associëren.

Wel moet men zich realiseren dat door de dissociatie en de ontstane meervoudige persoonlijkheden er een sterk gefragmenteerd bewustzijn is waar geheel aan elkaar tegenstrijdige herinneringen dikwijls het overzicht voor de therapeut sterk beďnvloeden. Bijvoorbeeld, een cliënte heeft zeer goede herinneringen aan haar vader, is zeer bang in het donker en voelt dat ze daar haar vader nodig heeft en cliënte heeft flashbacks waarin haar vader angst bij haar oproept.

Pagina 6

Voorwaarde drie is een voortdurend, allesoverheersend, levensbedreigend gevaar dat al in de vroegste jeugd begint. Meervoudigheid vertegenwoordigt dus een extreme vorm van de drang tot zelfbehoud. Kennelijk is het de psychische equivalent van ‘vechten of vluchten’ voor veel misbruikte kinderen, die voor beide nog te klein zijn of niet kunnen vluchten, gelegen in een dissociatie die bewerkstelligt dat de oorspronkelijke persoonlijkheid tijdelijk ‘afwezig’ is en daarmee beschermd is tegen angst en pijn. Dit drastische overlevingsmechanisme vereist dus ook een extreem hoge vorm van waakzaamheid, continue alert zijn en zeer fijne voelhoorns hebben voor bepaalde zaken. (Bijvoorbeeld het kraken van een deur)
Het proces van afsplitsing is dan:

- Eerst wordt het trauma afgesplitst
- Bij regelmatige herhaling van het trauma wordt ook de identiteit gesplitst
- Het trauma wordt in delen opgesplitst
- Tussen de traumadelen worden geheugenversperringen opgericht. (Amnestische barričres)
Dikwijls vindt dit proces al plaats gedurende het ondergaan van het trauma zodat er meerder alters ontstaan die ieder een deel van het trauma ervaren.

Voorwaarde vier is dat niemand maar dan ook werkelijk niemand helpt. Ook de moeder, degene die het kind in haar vroegste jeugd zo sterk nodig heeft, is er niet voor het kind. Integendeel, in nagenoeg alle gevallen is de moeder een onderdeel van het trauma wat het kind beleeft. Het is een van de grootste taboes in onze maatschappij dat kindermishandeling in het merendeel van de gevallen door moeders worden gepleegd. Maar ook opa, oma, ooms, tantes, neven, nichten, buren, leraren helpen niet.
Meestal mogen ze het kind ook niet omdat het zich vreemd gedraagt, onvoorspelbaar is en dikwijls geheel afwezig is. Als een van de grondvoorwaarden voor het ontstaan van een meervoudige persoonlijkheid geldt dat bij hetzelfde gedrag van het kind dit de ene keer een negatieve reactie en de andere keer een positieve reactie bij de moeder oproept.

De daders zijn in nagenoeg alle gevallen niet te pakken. Waarom? Het is nauwelijks of niet te bewijzen, het zijn fantasieën van kleine kinderen, het is aandachttrekken van pubers of volwassenen maar het belangrijkste is dat de maatschappij niet of nauwelijks accepteert wat er gebeurd en wat in zoveel gezinnen meegemaakt wordt.

Maar de moeder blijft hier toch een centrale figuur. Zelfs na jaren, als het kind volwassen is en de moeder confronteert met het doorstane geweld wordt nagenoeg altijd gereageerd met ‘praat daar toch niet over’, ‘dat kan ik me niet voorstellen’, ‘dat kan toch niet zo erg geweest zijn’, ‘dat moet je maar vergeten’, ‘hoe durf je zo over je vader, broer of oom te praten’ Nee, liever wordt de zoon of het kind weer opnieuw geofferd aan de frustratie, daderschap of angst van de moeder.

Pagina 7

Om de lengte van dit verslag te beperken worden de volgende onderwerpen niet beschreven:

- Het normaalwaanzinnige leven van een MPS’er.

  • Wat het betekent om tijd kwijt te raken

  • Wat het betekent om op plaatsten te zijn en niet te weten hoe men daar is gekomen

  • Wat het betekent om stemmen te horen

  • Wat het betekent om je niet alleen te voelen in je lichaam

  • Wat het betekent om verschillende handschriften, kledingstukken, voorkeuren en vrienden te hebben

  • Wat het betekent om ‘bovennatuurlijke’ gaven te hebben (deja-vu, telepathie enzovoort)

  • Wat het betekent om voortdurend te veinzen

  • Wat het betekent om permanent angst te hebben
    - Voor de externe prikkels die tot een alterwisseling leiden
    - Voor potentiële nieuwe traumatische situaties
    - Voor de mogelijke reacties in het innerlijk tussen de alters
    - Voor het groot aantal herinneringsmomenten (flashbacks)
    - Voor de alters die door amnestische barričres zijn gescheiden
    - Voor het terecht komen in totaal onoverzichtelijke situaties
    - Voor het feit dat de MPS’er niet in zichzelf gelooft

  • Wat het betekent om constant door de Gezondheidszorg rond te dolen en om niet serieus te worden genomen.

Het moge duidelijk zijn dat de voorgaande onderwerpen mede helpen om het volgende hoofdstuk, de diagnostiek, inhoud te geven.

Pagina 8

De diagnostiek, wie is meervoudig en wie niet?

Het grootste probleem bij de diagnostiek van de meervoudige persoonlijkheids-stoornis is dat de MPS’ers een groot aantal zeer uiteenlopende symptomen vertonen, zodat MPS moeilijk te herkennen is. Het op een na grootste probleem is dat MPS deel uitmaakt van een breed spectrum van dissociatieve symptomen en dat lang niet iedereen die een dissociatieve stoornis heeft ook meervoudig is.

Volgens de diagnose is iemand meervoudig die de volgende kenmerken vertoont:

  • A) De aanwezigheid binnen een persoon van twee of meer van elkaar te onderscheiden persoonlijkheden of persoonlijkheidsvormen die elk met een betrekkelijk langdurig patroon van het zich bewust zijn van het in verhouding staan tot en het denken over de omgeving en zichzelf.

  • B) Ten minste twee van deze persoonlijkheden of persoonlijkheidsvormen bepalen regelmatig volledig het gedrag van betrokkene.

Verder een aantal niet ‘specifieke’ kenmerken zoals:
- voorgeschiedenis van seksuele en/of fysieke mishandeling in de kindertijd
- Vrouwelijk geslacht
- Leeftijd tussen twintig en veertig jaar
- Tijdverlies, leemten in geheugen
- Stemmen in het hoofd of andere Schizofrene symptomen
- Aan bijna alle DSM-III-R-Criteria voor de borderline persoonlijkheid voldoen
- Eerder psychotherapeutische behandelingen hebben geen substantiële verbetering gebracht
- Zelfvernietigend gedrag
- Geen denkstoornis
- Hoofdpijn
- Geheugenverlies over grote delen van de kindertijd of zeer vage uitspraken over deze tijd

Pagina 9

En een aantal kenmerken (tenminste vijf) van een Borderline syndroom zoals:

  • Patroon van instabiele en intense relaties, gekenmerkt door wisselingen tussen overmatige idealisering en kleinering
  • Impulsiviteit op tenminste twee van de volgende gebieden: geld verkwisten, seks, misbruik van middelen, winkeldiefstallen, roekeloos autorijden, overmatig veel eten

  • Affectlabiliteit, opvallende wisselingen van normaal naar depressieve stemmingen, prikkelbaarheid of angst, enkele uren tot een paar dagen durend

  • Onaangepaste, intense woede of gebrek aan beheersing van woede

  • Terugkerende suďcidale dreigingen, gebaren, gedragingen of automutilatie

  • Uitgesproken en voortdurende identiteitsstoornis via onzekerheid over tenminste twee van de volgende punten: zelfbeeld, seksuele oriëntatie, doelen op lange termijn, of beroepskeuze, gewenste soort vrienden, geprefereerde waarden

  • Chronisch gevoel van leegte of verveling

  • Krampachtig proberen te voorkomen feitelijk of ingebeeld in de steek gelaten te worden

Er is een speciale vragenlijst ontwikkeld voor het diagnosteren van MPS, de zogenaamde DDIS lijst (Dissociative Disorders Interview Schedule) en verder is er een vragenlijst, de Nederlandse versie van de SCID-D voor DSM-IV diagnostiek door BOON en Draijer die zich met name richt op Amnesie, Depersonalisatie, Derealisatie, Identiteitsverwarring en fragmentering.

Noten bij diagnostiek
Het onderscheid tussen een MPS syndroom en Schizofrenie is dat een MPS’er niet reageert op neuroleptica (medicamenten om schizofrenie te behandelen) of er alleen maar versuft door raakt en het aantal alterwisselingen neemt daarmee toe.

Denk in twijfelgevallen altijd: er is pas een geval van MPS gediagnosteerd wanneer de therapeut met een van de alters heeft gesproken.

Pagina 10

Om de lengte van dit verslag te beperken worden de volgende onderwerpen niet beschreven:

  • Zelf meervoudig zijn of vermoeden hebben het te zijn (tips blz. 151/152)
  • Als men de levenspartner van een MPS’er is (tips blz. 153 t/m 157)

  • Als een MPS’er kinderen heeft

  • Als iemand in familie of vrienden en kennissen kring een MPS’er is

  • Als men consulent of psychotherapeute is van een MPS’er (tips blz. 164 t/m 171)
    - Emotionele stress als tegenoverdrachtsverschijnsel
    - Het risico om bedreigd of aangevallen te worden door de daders
    - Confrontatie met de waarheid omtrent satanisch-ritueel misbruik
    - Ethische problemen
    - Confrontatie met de eigen geweldervaringen

Het moge duidelijk zijn dat de voorgaande onderwerpen mede helpen om het volgende hoofdstuk, de essentiële verschillen bij de behandeling van MPS, inhoud te geven. Kernpunt voor de therapeut is daarbij: bescherm jezelf goed, zorg goed voor jezelf – en hou vol!

Essentiële verschillen bij behandeling van MPS t.o.v. andere traumatische ervaringen.

Wat de MPS’er heeft meegemaakt was zodanig levensbedreigend dat er een bijna automatische reactie is ontstaan om de identiteit te splitsen bij een bedreigende situatie. Een regressie aan het begin van het therapeutisch proces naar een herbeleving van een zo’n zwaar trauma leidt in alle gevallen tot het verder traumatiseren van de cliënt. Dus bij een MPS’er geen herbeleving stimuleren voordat er contact is gemaakt met alle alters en er zeker contact gemaakt is met de meest volwassen en sterke alter die invloed heeft op andere alters. En ook geen herbeleving voordat er een veilige plek is gecreëerd waar alle alters zich OK voelen als er gevaar zou dreigen. En verder ook reeds de tips van de aangegeven bladzijden in praktijk brengen helpt de MPS’er om goed door het proces van therapie heen te komen.

Pagina 11

Voorbereiding op de Therapie.
Het kan soms maanden duren voordat een MPS’er laat blijken dat hij/zij een MPS’er is. Meerdere sessies zijn gedaan en dan pas heeft de MPS’er zoveel vertrouwen in de therapeut dat hij/zij durft toe te geven weleens stemmen te horen. En als de therapeut na een aantal maanden bemerkt dat deze werkt met een MPS’er, pas dan gaat de ‘Voorbereiding op de therapie’ in.
Bij deze voorbereiding moet bewust gewerkt worden naar een goede opbouw van de therapeutische relatie en stabilisering van de situatie. Je gaat als therapeut per slot van rekening werken met ‘groepstherapie bij een persoon’ dus moet er duidelijkheid, regels en discipline zijn anders werkt dit niet.
Is ‘vertrouwen’ voor een cliënt in gewone therapie al belangrijk, voor een MPS’er is het van levensbelang omdat er zoveel op het spel staat bij zo’n persoon. En de gastvrouw/man, de alter die zich in de gewone situatie op de voorgrond plaatst en dan de gesprekspartner is van de therapeut, kan dikwijls niet geloven wat er naar boven komt en wat de diagnose is. En een aantal innerlijke alters, ‘de waarnemers en de beschermers’ zien de therapeut lange tijd als een dader die het evenwicht van de MPS’er gaat verstoren. Hoe opener en completer de therapeut uitlegt wat de situatie is van een MPS’er en aangeeft wat er gebeurt en kan gebeuren, hoe meer vertrouwen er ontstaat in de totale groep alters waar mee gewerkt moet worden. En toch zullen er een aantal alters wantrouwend blijven dus de therapeut moet daar erg alert op zijn. Dus is het belangrijk dat de MPS’er zo volledig mogelijk doordrongen wordt over de diagnose en de therapiedoelen. Tijdens deze uitleg moet de therapeut in het meervoud gaan spreken omdat ze per slot van rekening therapie doet met een groep. En het therapiedoel moet ook van meet af aan duidelijk zijn: het samenvoegen van de afgesplitste identiteiten tot een coherente persoonlijkheid.
De therapeutische setting is dat er met meerdere therapievormen gewerkt zal moeten worden tijdens het gehele proces om zoveel mogelijk het therapiedoel te bereiken. De frequentie van de therapie is een of tweemaal per week en dat soms voor 6 tot 8 jaren.

Belangrijk is om ook zeker te stellen dat een sessie altijd volledig afgewerkt moet kunnen worden anders moet men er niet aan beginnen.
Hier is een regel voor, opgesteld door Richard Kluft:
Wanneer het de therapeut niet lukt om het te behandelen materiaal in het eerste deel van de zitting aan de orde te stellen, om het dan in de rest van het eerste en gedurende het tweede deel te exploreren, het vervolgens door te geven aan de andere persoonlijkheidsdelen en de patiënte in het derde en laatste deel weet te stabiliseren – dan moet dit materiaal niet worden aangeroerd, daar anders het gevaar bestaat dat de patiënte de therapeutische zitting in ontredderde toestand verlaat.

Pagina 12

Verder is het belangrijk om een echt schriftelijk contract met de MPS’er af te sluiten met als doel om geweld zoveel mogelijk buiten te sluiten. Een Amerikaans voorbeeld: ‘ik verplicht me ertoe noch mijzelf noch anderen – in me of buiten me - te verwonden of te doden, hetzij opzettelijk, hetzij door ongelukken, nu en in de toekomst’.
Het contract wordt dus afgesloten met de Gastvrouw en alle andere alters. In nagenoeg alle gevallen zijn er alters die hier niet aan meedoen, openlijk of achterbaks, maar het contract is zinvol voor het geweld en omdat het een van de eerste samenwerkingsvormen tussen de alters afdwingt.
Om ook de onwillige alters er verder in te betrekken kan het zinvol zijn een beperkt contract te maken bijvoorbeeld:
‘Mocht iemand van ons de drang krijgen zichzelf of anderen, binnen of buiten, te verwonden of te doden, dan verplichten we ons ertoe ervoor te zorgen dat deze drang niet in daden wordt omgezet totdat we (naam therapeut) weer hebben gezien en er met hem/haar over gesproken hebben.

Verder is er een essentiële voorwaarde voor het werken met een MPS’er: er moet een einde zijn gekomen aan de traumatisering wanneer de therapie begint. Contact hebben met de dader(s) wordt daar ook nog onder verstaan omdat deze daders de MPS’er meedogenloos bedreigen of voorgeprogrammeerde programma’s in de MPS’er laten starten waardoor deze gaat verwonden of in het ergste geval een einde maakt aan haar/zijn leven.
Om deze voorwaarde nog wat aan te scherpen: zolang er nog contact is met de daders kan de MPS’er alleen therapeutisch begeleid worden. Met de behandeling van het trauma kan pas worden begonnen wanneer het contact met de daders is beëindigd.
In het verlengde van deze voorwaarde ligt de bescherming van de cliënt.
Is er op welke manier dan ook nog contact met de daders dan worden deze ingelicht door een advocaat die is ingehuurd door de MPS’er en waarin aangegeven wordt dat de bevoegde autoriteiten worden ingelicht mocht de MPS’er of iemand in haar naaste omgeving iets overkomen.
De gehele voorbereiding is er dus met name op gericht om de veiligheid van de MPS’er, iets wat deze nooit ervaren heeft, zoveel mogelijk veilig te stellen.

Nadat dit is gebeurd en de therapeut nogmaals heeft duidelijk gemaakt dat haar/zijn werk is: het geven van hulp en ondersteuning bij het toenaderingproces en eenwordingsproces in het innerlijk van de MPS’er. Bij dit eenwordingsproces hoort ook dat de volwassen delen van de MPS’er de kindalters in zich opnemen of hen beschermen.
Pas dan kan aan de therapie worden begonnen

Pagina 13

De Therapie

De therapie bestaat uit vier fasen:
- Bevordering van de interne communicatie tussen de alters
- Programmering en deprogrammering
- Verwerking van het trauma
- Integratie en fusie van de alters, post-integratieve arbeid.

Bevordering van de interne communicatie tussen de alters
Een van de belangrijkste rollen van de therapeut ten opzichte van de MPS’er is die van bemiddelaar. Zij/hij probeert de verschillende alters met elkaar in contact te brengen zodat er op een dag uit de vele ‘ikken’ een samenhangende identiteit kan ontstaan.
Be shallow oftewel, wees vlak: hierbij geldt dat de therapeut niet te diep moet gaan graven maar gewoon moet werken met dat wat naar buiten komt. Het betekent ook dat de therapeute zich echt moet afschermen van datgene wat de MPS’er heeft meegemaakt en de verantwoordelijkheid van het proces geheel in handen legt van de MPS’er. Dit om twee redenen: ten eerste kan de therapeut zichzelf ernstig leed aandoen door teveel mee te gaan in datgene wat de cliënt is aangedaan en ten tweede moet het voor de cliënt continue duidelijk blijven dat de innerlijke problemen van de cliënt alleen maar opgelost kunnen worden door de cliënt zelf, er mag niet nog een zogenaamde afgeleide alter ontstaan (de therapeut).
De therapeut moet er ook continue voor zorgdragen dat het trauma op zich niet wordt herbeleefd omdat de ervaring zo intens slecht was dat de cliënt opnieuw getraumatiseerd wordt en alsnog eventueel weer een nieuwe alter creëert. Eventuele herbeleving alleen op herkenningsniveau van de alter want daarom is deze alter ontstaan. Dus geen werken naar een catharsis maar het doel nastreven, samenwerken van de alters. Pas na een grondige communicatie tot stand gebracht te hebben tussen de alters en er een veilige plek gecreëerd is kan men voorzichtig traumadelen gaan herbeleven. De veilige plek is met name voor de trauma alters.
In dit deel van de therapie is het ook belangrijk om de cliënt aan te moedigen om te gaan tekenen, schilderen, (dagboek) schrijven en te gaan spelen. Deze middelen worden ingezet om de interne dialoog tussen de alters te bevorderen en indien mogelijk de therapeut inzage te geven in de interne dialoog van de alters.
Bij bijvoorbeeld het dagboek schrijven kan begonnen worden met daarin te laten schrijven door de gastvrouw: ‘aan allen die iets mee willen delen’. De deelpersonen schrijven vaak wanneer de ‘gastvrouw’ denkt te slapen of te rusten – vaak weet de gastvrouw in het begin niet dat ze amnestisch is geweest voor die periode.
In elke MPS’er zitten een aantal zwaar getraumatiseerde kindidentiteiten en voor deze kindidentiteiten moet goed gezorgd worden. In nagenoeg alle gevallen heeft een MPS’er ook een aantal beschermidentiteiten afgesplitst. Zoveel mogelijk moet er aan gewerkt worden om deze beschermers in het begin van de therapie al bekend te krijgen en er mee te leren communiceren. Komt er dan een getraumatiseerd kind naar boven dan kan ogenblikkelijk een beschermer aangeroepen worden om dit getraumatiseerde kind te helpen.

Pagina 14

Het creëren van de veilige plek. Dit wordt gedaan door de alters te laten bedenken wat een veilige plek zou kunnen zijn en hoe die er uit zou zien. Nadat deze plek tot stand is gekomen, dit kan meerdere sessies in beslag nemen, is de volgende stap om alle alters, niet tegelijk, naar deze plek te brengen en het gevoel te laten ervaren wat ‘veilig zijn’ betekent. Daar vele alters ‘veilig zijn’ nooit ervaren hebben is dit een essentieel onderdeel van de therapie.

Verder heeft deze veilige plek als doel om alters naar toe te laten gaan of te laten brengen door beschermers, op het moment dat het onveilig wordt voor deze alters.
Het ‘overlevingsbriefje’. Omdat een MPS’er gevaarlijk leeft, zij/hij kan ergens zijn zonder te weten hoe daar te zijn gekomen, kan bijvoorbeeld gewoon bijkomen tijdens de narcose van een operatie omdat er een switch plaatsvindt tijdens deze narcose en de volgende alter niet gevoelig is voor deze narcose, is het belangrijk dat een MPS’er altijd een boodschap bij zich heeft met de tekst: ‘Ik ben een meervoudige Persoonlijkheid. Als mij iets mocht overkomen of ik geopereerd moet worden, wendt u zich dan alstublieft onmiddellijk tot.....’.
Verder moet de therapeut een lijst opstellen van alle alters en wat hun functie en vaardigheden zijn. Deze innerlijke spelerslijst zal in de loop van de therapie telkens veranderen omdat er alters bijkomen maar ook omdat er alters oplossen of gaan integreren met andere alters.

Programmering en Deprogrammering
Onder programmering wordt verstaan de bewustzijnsbeďnvloeding door de daders van het slachtoffer om iets of niets te doen in bepaalde situaties. Het is een soort automatisme of reflex, een reactie die automatisch optreedt en zich onttrekt aan de bewuste controle van het individu.
De dader installeert een programma met als doel controle te hebben over de cliënt. Een zelfmoordprogramma bijvoorbeeld dat de cliënt ook daadwerkelijk zelfmoord laat plegen als cliënt een bepaald signaal van de dader ontvangt. Deze programma’s kunnen alleen maar geďnstalleerd worden door het kind op een grove manier lichamelijk en geestelijk te martelen.
Welke soorten programma’s zijn er:
zelfbeschadigingsprogramma’s, doodsprogramma’s, programma’s om de cultus (of de groep daders) controle te geven over de slachtoffers, therapieverstorende programma’s.
In principe is iedereen die jarenlang seksueel is mishandeld, een dissociatieve stoornis heeft of meervoudig is, door de dader(s) bestookt met de meest vreselijke dreigementen. Als dit systematisch is gebeurd is er sprake van een programma. Men mag er dus vanuit gaan dat elke MPS’er op enige wijze geprogrammeerd is.
Het deprogrammeren van deze programma’s en het daarna wissen zijn essentiële onderdelen van de therapie en is een van de moeilijkste maar ook voor de cliënt gevaarlijkste onderdeel van de therapie.
De deprogrammering verloopt volgens het PACEM model en de deprogrammering van programma’s die zijn aangebracht in de vroegste jeugd of zelfs tijdens de zwangerschap gaan volgens het model van de PDE- reassociatie. (blz. 259 t/m 263)

Pagina 15

Verwerking van het trauma, de trauma synthese

Voorwaarden voordat op een gestructureerde manier de trauma’s herbeleeft en geďntegreerd kunnen worden:

  • Er is een duurzaam en stabiel therapeutisch bondgenootschap

  • De cliënt met al haar alters heeft een contract afgesloten waarin ze afziet van geweld

  • Er is een innerlijke landkaart van de alters met hun specifieke functies en eigenaardigheden

  • De deelpersonen hebben al een zekere mate van interne samenwerking.

  • Er is al met hypnotherapeutische technieken gewerkt

Voor de veiligheid van de cliënt moet er eerst geoefend worden met ideomotorische vingersignalen, daardoor heeft de cliënt nog meer controle over de gebeurtenissen die gaan komen en kan ook een van de alters van de cliënt aangeven te willen stoppen met de herbeleving van het trauma terwijl cliënt zelf in herbeleving is, bijvoorbeeld een beschermalter.

Verdere vervolgstap is om te zorgen dat de traumatische herinneringen op gecontroleerde wijze door cliënt naar boven kunnen worden gehaald. Externe en interne prikkels die deze herinneringen op ongecontroleerde wijze laten ontstaan moeten dus eerst geneutraliseerd worden.
De volgende stap is de exploratie van het te verwerken trauma. De omgevingsfactoren van het trauma worden in kaart gebracht op een rationele manier. Emotionele herbeleving is nog steeds niet aan de orde.
Dikwijls is het beter om een volwassen alter te laten beschrijven wat het/de getraumatiseerde kindalter(s) daar heeft/hebben meegemaakt.
(Schrijfster geeft hier nog een algemene waarschuwing voor de therapeut: uit onderzoek is gebleken dat een ernstig trauma waarbij hevige pijn is geleden het verbale uitdrukkingsvermogen – ook van volwassene – sterk belemmert. Vaak is het dan mogelijk om door spelen of tekenen of schilderen het verbale gedeelte op gang te brengen)
De volgende stap is de correctie van cognitieve vertekeningen. Bepaalde gedachten zijn als waarheden voor de cliënt gaan gelden.
De laatste stap voordat begonnen kan worden met traumasynthese is het plannen en uitleggen hoe de traumasynthese werkt. Dit om er nogmaals voor te zorgen dat elke alter weet wat er gaat gebeuren en de cliënt niet weer getraumatiseerd raakt.

De traumasynthese via een gecontroleerde herbeleving helpt de cliënt om de verschillende alters die het trauma onderling hebben opgesplitst met elkaar in contact te brengen, het trauma nogmaals in alle details te beleven (en wel zo dat het voor de eerste keer in zijn totaliteit doordringt tot het bewustzijn van de betrokken alters), en het ten slotte met alle belangrijke persoonlijkheidsdelen te delen en te neutraliseren.

Pagina 16

Bij herhaalde traumatisering is het belangrijk om uit te zoeken, wanneer en hoe was de eerste keer, de ergste keer en de laatste keer.
In het boek worden twee wijzen van traumasynthese aangegeven, de seriële traumasynthese en de parallelle traumasynthese. Essentie van beide methode is dat er maar een zeer beperkt deel van de herbeleving verwerkt wordt (van enkele seconden tot een paar minuten) en dat de ervaring gedeeld wordt met alle alters.
Na deze, voor de cliënt een afschuwelijke herbeleving, moedigt de therapeut de alters aan om elkaar aan te kijken, te troosten, goed voor elkaar te zorgen en ook iets van hun kracht mee te geven aan de andere deelpersonen.

Een synthese is dan pas goed verlopen als het trauma geneutraliseerd is. Dat betekent dat het niet langer de macht heeft de betrokkene in een psychofysiologische toestand van extreme onrust en doodsangst te brengen en de cliënt de traumatische gebeurtenis nogmaals te laten ondergaan in de vorm van ongecontroleerde flashbacks.

Integratie en fusie van de alters, post-integratieve arbeid Integratie vereist het samengaan van verschillende persoonlijkheidsdelen en wel op zo’n manier dat de afzonderlijke delen (de alters) hun ervaringen en eigenschappen intensief met elkaar delen. Fusie is als bepaalde persoonlijkheidsdelen (alters) ophouden een eigen leven te leiden.
Wat meervoudige persoonlijkheden tijdens de integratie van hun getraumatiseerde alters vooral moeten doormaken is een rouwproces. De cliënt moet leren intens te rouwen om haar verloren jeugd, die ze nooit meer kan overdoen, om de constante eenzaamheid en pijn, om de verloren tijd, geld opleidingen en de energie die nodig was om het trauma te verdringen en tenslotte om het feit dat cliënt deze kennis tot het einde van haar/zijn leven zal moeten meedragen.
Een belangrijke taak voor de therapeut is om de cliënt in dit rouwproces te begeleiden.

Voor de cliënt wordt de situatie pas weer accepteerbaar als de existentiële crisis is opgelost en de fysiologische overprikkeling ophoudt en gevoelens van doodsangst en controleverlies niet meer leiden tot latente of openlijke paniek.
Twee gevoelens moeten duurzaam wortel schieten, ‘ik heb het overleefd’ en ‘ik ben nu veilig’.
Pas wanneer de trauma’s en de daarmee verbonden alters geďntegreerd worden, kan de existentiële crisis worden opgelost.

De post-integratieve arbeid bestaat met name uit drie delen.
Ten eerste: het aanpakken van nog bestaande stoornissen zoals eet-, slaap-, en andere stoornissen en blijven werken aan hun borderline-persoonlijkheidsstructuur.
Daarbij horen ook een aantal psychosomatische klachten en de lichamelijke gevolgen van de jarenlange mishandelingen en het eigen zelfvernietigende gedrag.
Ten tweede: het blijven verwerken van het verdriet
Ten derde: de schuldvraag, zeker als er alters afgesplitst zijn die zelf dader werden.

Pagina 17

Afsluitend:

Het duurde nog een tijdje voordat deze vrouw begreep dat ze niet alleen ‘net als iedereen’ is, maar ook een geweldig mens en een heel bijzondere vrouw – al is ze dan niet meervoudig meer. Een vrouw die onzegbare kwellingen heeft doorstaan en opnieuw onzegbare kwellingen leed toen ze zich dat allemaal realiseerde. Een vrouw die kan zeggen: ‘nu begint mijn volgende leven’.

Pagina 18

 
Programma-overzicht MPS - Onder Constructie -
 
Terug naar 'Teksten Algemeen"