Hoe snel werkt Therapie??
THERAPEUTISCHE INTEGRATIE

Inleiding
Wanneer een cliŽnt met zijn klacht een aantal therapiesessies achter de rug heeft is het zeker niet zo dat hij geen last meer heeft van zijn probleem. Zelfs indien de therapie heel goed heeft gewerkt mogen we de werking van de Amygdala en de druk van het bijna automatisch opkomen van de aangeleerde afweermechanismen niet onderschatten.

In principe kan gesteld worden dat na de therapie het echte werk pas begint: het integreren van de therapie in het normale dagelijkse leven.
Pas na een langdurig proces van, in zijn dagelijkse doen en laten, zelf actief aanpakken van de werking van de Amygdala en de afweermechanismen, via een gestructureerd integratieplan, zal de cliŽnt zich uiteindelijk zelfstandig moeten bevrijden van zijn illusies en de werking daarvan.

Het is ook ťťn van de belangrijkste taken van de therapeut om de cliŽnt duidelijk te maken dat:

  • therapie geen kant en klare oplossing kan bieden voor het totaal verwerken van het door de cliŽnt aangedragen probleem en
  • de integratiefase voor het door de cliŽnt aangedragen probleem in wezen uitsluitend door de cliŽnt ingevuld en uitgevoerd kan worden en
  • de therapeut voor deze integratiefase de cliŽnt slechts een aantal vaardigheden kan aanleren, het proces van integratie duidelijk kan maken en een groeiplan met de cliŽnt kan bespreken.
Als de therapie goed heeft gewerkt heeft de cliŽnt:
  • duidelijk zijn HT weten te beleven in de mentale-, de emotionele-, in de lichamelijke uitingsvorm, (HT = klacht cliŽnt)
  • duidelijk zijn GT weten te verwoorden in de mentale, - de emotionele,- en in de lichamelijke uitingsvorm,
  • inzicht gekregen in zijn intern conflict,
  • inzicht gekregen in de disfunctionaliteit van zijn conflicthantering (het patroon van zijn probleem),
  • inzicht gekregen in de oorzaken van zijn klacht,
  • is de dynamiek eraf gehaald,
  • zijn de foutieve geÔnternaliseerde conclusies rondom de klacht rechtgezet,
  • inzicht gekregen in de gevolgen die de oorzaken van zijn probleem teweegbrachten,
  • inzicht gekregen hoe wel te handelen, te denken of te gaan voelen of een combinatie daarvan.
Pagina 1

Of om dit in de dynamiek van het enneagram en het conflictmodel te verwoorden, heeft de cliŽnt:

  • inzicht gekregen op welk ontwikkelingsniveau binnen het enneatype hij gemiddeld aan het begin van de therapie de werkelijkheid beleefde, zowel mentaal als emotioneel als lichamelijk,
  • inzicht gekregen op welk ontwikkelingsniveau binnen het enneatype hij gemiddeld aan het einde van de therapie de werkelijkheid kan gaan beleven, zowel mentaal als emotioneel als lichamelijk,
  • inzicht gekregen in het conflict tussen huidig zelfbeeld (ego-ideaal) en gewenst zelfbeeld (ego-ideaal),
  • inzicht gekregen in zijn angst, zijn primaire afweer, zijn schuld/schaamte gevoelens, zijn daarbij behorende overtuigingen, zijn keuze voor de afweer Valse Macht, Valse Hoop en Ontkenning van Behoeften, het daarbij behorende gedrag volgens de Horneyviaanse triades en als resultante de identificatie met dit patroon in zijn ego-ideaal,
  • inzicht gekregen in de ego ondersteunende werking van het superego
  • inzicht gekregen in zijn emotionele wond,
  • is de dynamiek van deze emotionele wond afgehaald,
  • zijn de foutief ontstane overtuigingen uit deze oorzaak rechtgezet,
  • inzicht gekregen hoe zijn vermogen om ervaringen gezond te verwerken beschadigd, werd,
  • inzicht gekregen welk pad hij moet volgen om te gaan denken, handelen en te voelen naar het volgende ontwikkelingsniveau binnen zijn enneatype.

Het enneagram kan in deze fase zeer behulpzaam zijn omdat het voor de cliŽnt een weg wijst om te groeien en tegelijkertijd aangeeft waar zijn valkuilen zijn. De therapeut kan, samen met de cliŽnt, een groeiplan opstellen met daarin uiteraard centraal de klacht waarmee de cliŽnt uiteindelijk bij de therapeut kwam.
De ontwikkelingsniveaus binnen het enneatype geven duidelijk aan waar de horizon voor de cliŽnt is, door welke thematiek de cliŽnt geleid wordt en wat de weg is naar deze horizon.

Maar de cliŽnt is dan nog niet genezen. Want het echte werk begint met het integreren van het inzicht in het dagelijks leven.

Pagina 2

Om de cliŽnt te behoeden voor grote teleurstellingen na de therapie,(ik dacht dat na de therapie mijn probleem opgelost zou zijní) behoort de therapeut de cliŽnt uit te leggen dat genezing een langdurig proces is en dat deze genezing voor een groot gedeelte door de cliŽnt zelf uitgevoerd dient te worden.

In analogie met een fysiek mankement: de cliŽnt heeft een grote snee in zijn arm en een pees beschadigd, de dokter kan slechts deze snee ontsmetten, hechten, verbinden en een antibiotica kuur voorschrijven maar het lichaam van de cliŽnt zal uiteindelijk toch zelf de wond moeten genezen en gerichte fysio-therapie met de daarbij behorende oefeningen moeten de pees en zijn functioneren herstellen.
En de cliŽnt zal dus zeer veel moeten oefenen om zijn genezingsproces te stimuleren en te volbrengen.

IN wezen werkt psycho-therapie hetzelfde, Therapie is geen wondermiddel, de uiteindelijke genezing is de verantwoordelijkheid van de klant.
In wezen doet de therapeut niets anders dan de wond inclusief gevolgen slechts ontsmetten, hechten, verbinden en is de antibioticakuur de metafoor voor het genezingsplan wat opgesteld wordt door therapeut en cliŽnt, de WIL van de cliŽnt om dit plan uit te voeren en de verantwoordelijkheid die de cliŽnt zou moeten gaan nemen om zijn geestelijk genezingsproces uiteindelijk zelf in de hand te nemen.

De therapeut dient de klant dan ook inzicht te geven in de volgende 4 stappen om tot een volledige integratie te komen.

De vier stappen tot integratie:

  • Fase 1.
    Impuls: de impuls triggert de Amygdala en de cliŽnt doorloopt het conflictmodel, met andere woorden, de cliŽnt herhaalt zijn oude patroon.
    Inzicht: cliŽnt kan zich nu achteraf realiseren dat hij het Ďfoutí heeft gedaan (m.b.v. het in de therapie verkregen inzicht).
    Herstel: het genezingsproces begint nu met dat de cliŽnt gaat bedenken hoe hij het eigenlijk had moeten doen. Dit Ďbedenkselí wordt toegevoegd aan de desbetreffende trigger en de associatieketen in de Amygdala.
  • Fase 2.
    Als er nu maar voldoende nieuwe succesvolle ervaringen worden toegevoegd, ontstaat er een nieuwe fase.
    Impuls: de impuls triggert minder sterk de Amygdala en de cliŽnt doorloopt een gedeelte van het conflictmodel (zijn oude patroon) en realiseert zich tijdens het doorlopen van dit patroon dat hij het Ďfoutí doet.
    Inzicht: cliŽnt realiseert zich tijdens het Ďfoutí doen dat hij het ook Ďgoedí kan doen en herstelt de Ďfoutieveí reactie.
    Herstel: het genezingsproces breidt zich uit doordat ook de goede herstelactie wordt toegevoegd aan de associatieketen in de Amygdala
  • Fase 3.
    Wanneer er de bewustwording toeneemt en de herstelacties succesvol zijn, gaat er weer een nieuwe fase in.
    Impuls: de impuls triggert nog minder sterk de Amygdala en de cliŽnt wil het patroon instappen maar realiseert zich dan dat dit Ďfoutí is.
    Inzicht: cliŽnt realiseert zich dat hij het oude patroon wil instappen maar corrigeert zichzelf en reageert Ďgoedí.
    Herstel: het genezingsproces breidt zich verder uit doordat nu de compleet Ďgoedeí actie wordt toegevoegd aan de associatieketen in de Amygdala.
  • Fase 4.
    Als er maar genoeg Ďgoedeí acties komen, gaat de laatste fase in.
    Impuls: de impuls triggert de Amygdala niet meer en de cliŽnt kan op een juiste volwassen wijze reageren.
    Inzicht: de cliŽnt realiseert zich dat hij op een volwassen manier reageert zonder de neiging te krijgen om in de oude patronen te stappen.
    Herstel: de cliŽnt verklaart zichzelf genezen en ervaart de wereld nu op een heel andere wijze.

De therapeut kan voor deze integratiefase de cliŽnt een aantal vaardigheden aanleren en een groeiplan met de cliŽnt bespreken.

Pagina 3

 
Programma-overzicht Therapeutische Integratie - Onder Constructie -
 
Terug naar 'Teksten Algemeen"