Agressie, Agressief gedrag en Agressiviteit

Agressie, agressief gedrag en agressiviteit
Bron: Peter Spelbos (2007), IDEE T & T,
www.idee-tt.nl/agressie/agressie.html


Een definitie van agressie die aansluit bij het huidige spraakgebruik luidt:
Agressie is gedrag wat iemand inzet om - bewust of onbewust - iets kapot te maken, een ander schade te berokkenen, en/of duidelijk te maken wat hij wel of niet wil. Het gedrag overschrijdt de grenzen van wat algemeen acceptabel is in dit soort situaties en roept gevoelens van angst, pijn, verdriet en/of boosheid bij de ander op.

Dit is hoogstens een gedeeltelijke definitie. Het woord agressie komt van het woord agreddi, wat toeschrijden, toenadering zoeken betekent. In deze toenadering zit niets vijandigs; het vijandige ontstaat pas wanneer daarbij angst en onzekerheid een rol spelen.

Binnen de biologie en psychologie heeft agressie daarom een minder negatieve betekenis, je noemt het wel, ter onderscheiding, agressiviteit.

Agressiviteit is dan het vermogen van de mens om zich te verhouden met anderen, om zichzelf en anderen te verdedigen bij aanvallen, om zelf aan te vallen, en om voedsel te verzamelen. De mens gebruikt agressie om zijn positie in zijn relaties met anderen en het andere te zekeren. Dit alles staat in dienst van zijn grote levensdoel: de voortplanting en de bevestiging van zichzelf in het leven, weg van de dood.

Wat in het dagelijkse spraakgebruik agressie en agressief gedrag wordt genoemd, kun je zien als de grensoverschrijdende overtreffende trap hiervan.

Agressie en geweld
Hoewel de begrippen dicht bij elkaar liggen, betekenen agressie en geweld niet hetzelfde.
Onder geweld verstaan we het toebrengen van lichamelijk en geestelijk letsel, en/of vernietigen en kapot maken van iets. Het begrip agressie is breder, daaronder vat je onder meer ook het bedreigen, schelden en domineren.

Agressie is tijdsgebonden en cultureel bepaald
Agressie is een begrip dat tijdsgebonden en cultureel bepaald is. Denk bijvoorbeeld aan een strenge vader die zijn zoontje de wacht aanzegt omdat het teveel herrie maakt. Wanneer de vader het kind een paar harde draaien om zijn oren geeft, benoemen we dat tegenwoordig makkelijk als agressief gedrag.

Tachtig jaar terug lag dat anders. Toen werden die draaien om de oren als passend en pedagogisch verantwoord gezien. Evenzo maakt het nogal wat uit of het voorval plaatsvindt binnen, bijvoorbeeld, een Turks of Nederlands gezin, en/of in een middenklasse gezin of een gezin uit een laag sociaal milieu.

Agressief gedrag is niet hetzelfde als assertief zijn, agressie gaat veel verder, hoewel de scheidslijn soms dun is want deze is eveneens sterk afhankelijk van maatschappelijke en tijdsgebonden culturele opvattingen.

Denk bijvoorbeeld aan gedrag van mensen als Bill Gates, Jensen en John de Mol. Sommigen zullen veel van wat zij als gedrag laten zien, benoemen als sterk assertief gedrag en het bewieroken en zelf ook nastreven. Anderen zullen het benoemen als agressie en afkeuren.


Pagina 1

Iedereen kan agressief worden
Agressie ontstaat niet alleen in een persoon als actie of reactie op iets wat hij voelt of denkt, maar ook in de interactie tussen mensen, of in de interactie tussen een persoon en de samenleving waarin hij verkeert.

Hoe veiliger en meer op zijn gemak iemand zich voelt, des te eerder hij geneigd is zich op kalme en plezierige wijze te verhouden met anderen.

Het tegenovergestelde geldt ook: des te onveiliger en minder op zijn gemak iemand zich voelt, des te eerder hij geneigd is oplossingen te zoeken die in zijn ogen die onveiligheid teniet doen en rust brengen. In veel gevallen is dat juist het zelf uitoefenen van agressie.

Agressie is destructief tot op het bot en baart haar eigen agressie: agressie roept agressie, wantrouwen, achterdocht en haat op. Agressie naar anderen en het andere leidt tot vervreemding, eenzaamheid en verbittering, want waar weet je jezelf nog mee verbonden?

Elk mens bezit het vermogen zich agressief te gedragen maar ieder gaat anders om met dat vermogen.

Emoties en agressie
Bij bijna alle vormen van agressief gedrag spelen pijn en emoties als angst, boosheid en verdriet een belangrijke rol in het ontstaan ervan. Die zijn immers belangrijk om te bepalen of je je veilig voelt of niet.
Het probleem is daarbij dat pijn en emoties worden gestuurd door het autonome zenuwstelsel en dat het redelijke denken, naarmate de emoties heftiger zijn, minder makkelijk dat autonome zenuwstelsel in de hand kan houden. En uiteindelijk neemt dat autonome zenuwstelsel de regie volledig over, wordt de persoon totaal overspoeld door agressieve reflexen en wordt de persoon een ongecontroleerd agressief aanvallend en reagerend wezen. Wanneer je eenmaal agressief wordt of geworden bent, moet je jezelf daarom bewust inspannen voordat je jezelf er los van kunt maken.

Dit speelt ook wanneer je makkelijk bij je emoties kunt en agressief zijn een sterk ontwikkelde kant van je is. Ook dan is het verleidelijk - want makkelijk - om snel agressief uit te halen wanneer je dat zo voelt. Het lijkt wel of er geen rem op zit. Ook dan moet je jezelf bewust inspannen om dit gedrag in toom te houden.

Mannen en vrouwen
Mannen ontwikkelen zich geestelijk later dan vrouwen en bezitten op jongere leeftijd in vergelijking met vrouwen van dezelfde leeftijd meer hormonen zoals testosteron en adrenaline die agressief gedrag reguleren en beÔnvloeden. Jonge mannen kunnen daarom in vergelijking met jonge vrouwen in het algemeen makkelijker bij hun agressie.

Naarmate man en vrouw ouder worden veranderen hun hormoonspiegels met als resultaat dat na hun veertigste mannen zachtmoediger worden terwijl juist vrouwen makkelijker bij hun agressie kunnen. Vrouw en man gaan zodoende, naarmate ze ouder worden, qua inborst meer op elkaar lijken.


Pagina 2

Aspecten van agressie en agressief gedrag
Agressiviteit is zo'n basale wijze van je verhouden tot de wereld om je heen dat elk gedrag waarbij anderen zijn betrokken, zijn agressieve variant kent. Om meer zicht te krijgen op hoe agressie dan verschijnt, is het zinnig agressief gedrag te bekijken aan de hand van enkele schalen die elk een aspect belichten.

Geweld
Van agressie zonder geweld (schelden, schreeuwen, middelvinger omhoog, haat-mail, haat tonen, dominantie, autoritair gedrag) tot agressie met geweld (slaan, verkrachting, aanranding, doodslag)

Intentie
Van instrumentele agressie (agressie die je bewust inzet om iets te bereiken, bedreigen) tot agressie uit frustratie (omdat je niet anders weet te reageren)

Openheid
Van openlijke agressie tot verhulde agressie (passief-agressief gedrag zoals cynisme, je afzetten tegen, mismatchen, ja zeggen en nee bedoelen)

Richting
Van naar buiten gerichte agressie naar agressie die naar binnen is gericht (automutilatie, jezelf beschadigen)

Elk agressief gedrag kent alle aspecten die hier genoemd worden. Alleen de mate waarin, de positie op de schaal, en de verschijningsvorm verschillen.

De mate van geweld
Vroeger zeiden we dat schelden niet zeer doet. Tegenwoordig denken we daar anders over. Schelden is een lichte vorm van agressief gedrag en doet gewoon pijn.

Idem de ruzies tussen bijvoorbeeld, partners of buren: de uitingen en het gedreig zijn vrijwel altijd gericht op het kwetsen en omlaag halen van de ander.

Dit geldt ook voor het omhoog steken van de middelvinger, het schrijven van haat-mail, en het schelden van politici en straatschoffies die het fatsoen voorbij zijn.

Naast het schelden en dergelijke kennen we ook dominerend, autoritair gedrag. Vaak bevestigt dit gedrag een maatschappelijke status. In de meeste samenlevingen is het daarom min of meer geaccepteerd gedrag.

Het wordt zelden als agressie ervaren en roept naast afgunst vaak ook bewondering op. Ook degene die het raakt, zal het dikwijls slechts met moeite openlijk als agressie betitelen. Denk bijvoorbeeld aan de zakenman die zijn werknemers enkel kan bevelen. Of aan de mannen die per se de baas willen zijn over hun vrouw, of omgekeerd.

Het speciale aan agressie aan de andere kant van de schaal, agressie met geweld, is dat dit type de lichamelijke integriteit van de persoon (of het dier) bedreigt. Iemand slaan is er op gericht die ander fysiek pijn te doen, te beschadigen zogezegd. Evenzo geldt dit wanneer je een hond of kat treitert.

Omdat geweld nogal ingrijpend is en niet makkelijk ongedaan kan worden gemaakt, is het extra destructief in contacten en relaties. Naarmate agressief gedrag gewelddadiger is wordt het daarom eerder als agressief ervaren en de agressor als bedreigend.


Pagina 3

Van instrumentele agressie tot agressie uit frustratie
Instrumentele agressie is agressief gedrag wat bewust wordt ingezet om een doel te bereiken. Denk bijvoorbeeld aan martelen en aan wat we tegenwoordig kennen als het - bewust - bedreigen van, onder andere, parkeerwachters en baliemedewerkers om zodoende angst op te roepen en je zin te krijgen.

In feite gaat het hier slechts om een klein percentage van alle agressieve gedrag. Het is vooral bekend als doelbewust gedrag van misdadigers met stoornissen in het agressieve spectrum. Bekender is instrumentele agressie als gedrag van organisaties, zoals het opleggen van gevangenisstraf door het Openbaar Ministerie of het uitdelen van een boete door de belastingdienst.

Aan het andere uiterste vind je agressief gedrag wat je inzet omdat je jezelf gefrustreerd voelt. Je laat je meeslepen door je emoties, voelt je niet gezien of gewaardeerd, en weet dit niet anders dan door middel van agressie aan te geven. Ook hier kun je het voorbeeld van de baliemedewerker die zich bedreigd voelt gebruiken, met het verschil dat de doelbewustheid grotendeels ontbreekt.

Het overgrote deel van het agressieve gedrag wat we neerzetten en om ons heen zien is van het type agressie uit frustratie.

Openlijke tegenover verhulde agressie
De meeste mensen kunnen hun agressie gewoon uiten. Maar soms zit het niet in iemands systeem. Misschien heeft die persoon in zijn jeugd geleerd dat openlijk ruzie maken, conflicten hebben of iemand kritiseren niet hoort. Of misschien heeft hij geleerd dat anderen het altijd beter weten.

Wat doe je dan als je het ergens niet mee eens bent en van jezelf geen agressie mag gebruiken? Wat mensen er op gevonden hebben zijn: verhuld boos gedrag en manipuleren. Dikwijls is het een combinatie van deze twee.

De onbestemde, verhulde, boosheid, is de pure vorm van passief-agressief gedrag. Als je met mensen verkeert die in deze modus zitten, voel je onderhuids allerlei negatieve en bozige emoties. Toch kun je er niet precies je vinger op leggen en wanneer je er naar vraagt, zal vaak ontkent worden dat ze boos zijn. Deze mensen zijn vooral tegen, en verdedigend en dreigend in hun gedrag. Totdat ze niet meer kunnen. Dan ontploffen ze.

Een variant hierop is de regelmatig voorkomende combinatie passief-agressief en subassertief gedrag. Mensen die hiervan last hebben, hebben vooral problemen met autoriteiten en autoritaire structuren. Ze kunnen wel bij hun agressie maar het interne verbod op het gebruik ervan is zo groot, dat de agressie enkel verwrongen naar buiten komt.

Diegenen die manipuleren krijgen wat ze willen hebben door zich te specialiseren in een vorm die niet agressief lijkt. Ze zijn misschien een ster in het liegen of het vertellen van fantastische verhalen. Met een grijns beschadigen, bot zijn en suggereren zonder je voet openlijk dwars te zetten. Het is meestal onduidelijk of ze echt boos zijn of niet maar als je dieper graaft kom je daar wel op uit.

Agressie is naar buiten of binnen gericht
Vrijwel alle agressie is gericht op anderen of het andere. Met andere woorden, de agressie is gericht op iets buiten jezelf. Om de agressie te kunnen uiten zul je daarom, hoe krukkig of onbeholpen dan ook, eerst contact met dat andere moeten maken. Als je dit niet kunt of mag, om welke reden dan ook, heb je een groot probleem. Het agressieve gedrag zal zich dan waarschijnlijk versterken.

Automutilatie is naar binnen gericht agressief gedrag. Je beschadigt je eigen lichaam door erin te kerven of door delen ervan kapot te maken. Door het kapotmaken en beschadigen van jezelf hoef je andere pijn niet te voelen en kun je door blijven gaan zoals je dat gewend bent, ook al wil je dat eigenlijk niet. Je hoeft ook de confrontatie met de buitenwereld niet aan te gaan.

Andere bekende vormen van op jezelf gericht agressief gedrag zijn onder meer zelfdoding en uithongering, inclusief anorexia.

Pagina 4

Oorzaken van agressie en agressief gedrag
Lopen is een ingewikkeld proces. Je hebt spieren, een evenwichtsorgaan en iets wat de richting uitzet. Zenuwen die de spieren prikkelen en ergens een soort besef van wat je wilt, welke kant uit, hoe snel, hoe ver weg. Tegelijk een besef van de omgeving: hoe reageert die? Is er gevaar, of niet?

Net zo min als je bij lopen kunt spreken dat er een speciale reden voor moet zijn, kun je dat bij agressief gedrag, daar is het even complex voor.
De reden dat iemand agressief gedrag toont is, wanneer je een breed perspectief hanteert, gelegen in een samenspel van aanleg, opvoeding, persoonlijkheid, cultuur, het eigen welbevinden, de relatie met de omgeving, omstandigheden, en hoe iemand met zijn vermogen tot agressief gedrag wenst om te gaan.
Van deze oorzaken en redenen kun je meestal enkele aanwijzen die bij een persoon cruciaal zijn in het veroorzaken van agressief gedrag, zowel in het algemeen als op een bepaald moment.

1: Aanleg Een mens is een dier, een wezen wat na de geboorte zoekt te overleven in een wereld die hij in feite niet kent en begrijpt.
Voor dat overleven kan dat wezen terugvallen op twee fundamentele vormen van gedrag: je met anderen verbinden of je van hen weg bewegen of, anders gezegd, bij de ander horen en je aanpassen of je eigen weg gaan en doen wat je nodig vindt. Alle gedrag is een variatie op, en combinatie van deze twee vormen.
Om je te verbinden met anderen moet je je eigen wensen opzij kunnen zetten, om je eigen weg te gaan moet je je grenzen bepalen. Denk bij het eerste aan vriendschappen en houden van. Denk bij het tweede aan, bijvoorbeeld, je verdedigen tegen iemand die jou wil beroven of een ambtenaar die misschien wel het algemene belang op het oog heeft maar dat speciale belang van jou niet.

Om je grenzen te bepalen en je eigen weg te gaan, je te verdedigen tegen (dreigend) gevaar, maak je gebruik van je vermogen tot agressie.

Terwijl elk mens het vermogen bezit agressief gedrag neer te zetten is hoe iemand dat vermogen beleeft en vervolgens invult, altijd eigen aan die persoon.

De ene mens is de andere niet. De een is nogal agressief 'gebakken,' de ander makkelijk licht geraakt, een derde weet zijn agressie niet goed te reguleren, een vierde ziet niets problematisch aan agressie, een vijfde kan er niet bij.

Op dit niveau, het niveau van aanleg, spelen allerlei genetische, hormonale en neurofysiologische processen een belangrijk rol.

2: Het eigen welbevinden Mensen en frustraties voelen horen bij elkaar. Mensen voelen zich niet gezien of gehoord, en hebben misschien een enigszins gestoorde relatie met de wereld om hen heen. Ze beschouwen zichzelf als klein en onmachtig, en de anderen om hen heen als oneindig sterk en groot. Vanuit dit idee is agressief reageren dan een voor de hand liggende, makkelijke keuze.

Frustraties ontstaat in iemands beleving - Waarom praat die vrouw zo hard, ziet ze dan niet dat ik daar last van heb? Het is op dat moment interne onvrede, gerommel en gebrom. Pas wanneer deze onvrede te veel wordt om binnen te houden - Nu schreeuwt dat mens wťťr, ik ben het zat! - komt het naar buiten in de vorm van agressief gedrag - Hť mens, houd je kop eindelijk eens! Eerder ingrijpen en zeggen waar het op staat - Ik heb last van je - kan zo iemand niet.

Het bovenstaande is de kern van de frustratie-agressie theorie. Die zegt dat mensen gefrustreerd raken door iets, zich niet uitspreken maar daarentegen de agressie die daarbij ontstaat richten op degene die ze als de oorzaak van hun probleem beschouwen of, wanneer die schijnbaar niet zo eenvoudig aan te wijzen valt, op een ander die past als dader.

De reden dat mensen zich niet uitspreken wanneer ze een probleem ervaren is meestal een laag gevoel van eigenwaarde, sterke normen die hen beletten voor zichzelf op te komen, of het gevoel er niet bij te horen, of een combinatie van deze drie. Ze duiden alle op een klein of groot intern psychisch probleem.

Pagina 5

3: Opvoeding en jonge jaren
In je jeugd leg je de basis voor de rest van je leven. Een goede opvoeding levert een goede hechting en een goed gevoel over jezelf.

Je staat opener tegenover anderen, legt makkelijker contacten en voelt minder angst om je te binden, en hebt een groter vermogen tot aanpassen aan een wereld die steeds verandert. Je weet eerder een draai te geven aan je leven en bent daarom meer tevreden met jezelf. De drang om je agressief te gedragen is daardoor klein.

Als een opvoeding of jeugd niet goed is gegaan, is het resultaat nogal eens dat je meer problemen hebt met de wereld om je heen. Dat je moeite hebt met contacten leggen en bindingen aangaan. Dat je minder open bent en juist wantrouwend tegenover anderen staat. Dat je het gevoel hebt er niet bij te horen en dat jij er niet toe doet.

In reactie daarop kan de drempel om agressie te gebruiken bijzonder laag zijn. Want dat, is misschien is dat je ervaring, werkte wel om anderen te laten zien dat je wat betekent in deze wereld.

4: Traumatische en angstige ervaringen
Mensen die langdurig (zware) traumatiserende ervaringen hebben ondergaan, zoals in hun jeugd jaren gedwongen seks hebben met hun vader of zwaar mishandeld zijn of als volwassene jaren mensen hebben moeten doden in een oorlog, kunnen grote problemen hebben met het reguleren van hun agressie. Het lijkt wel alsof ze boos zijn op alles en iedereen - en misschien is dit ook wel zo.

Die boosheid bouwen ze op tijdens de periode van ervaringen die het trauma veroorzaken. Omdat ze met de ervaringen en angsten die de ervaringen oproepen geen kant uit kunnen, slaat de boosheid naar binnen en verschijnt vervolgens in de vorm van (zelf)haat, bitterheid en passief-agressief gedrag.
In mildere vorm zie je dit bij personen die (langdurig) in onveilige of angstwekkende situaties hebben gezeten en niets konden met de angst die dit opriep. Ze zijn als het ware in de angst blijven haken en stoppen deze angst daarom liever weg achter een schil van boosheid, woede en agressie.

Mensen met deze vorm van agressie weten dikwijls niet dat er angst achter zit. Indien je te dichtbij komt, bijten ze als een dolle hond. Als je door de agressie heen bent, verschijnt het verdriet.

De angst waar hier over gesproken wordt is de angst die schijnbaar niet te hanteren valt omdat ze te bedreigend is om te ervaren: haar te lang voelen betekent doodgaan. Dit is existentiŽle angst, oftewel doodsangst, angst niet te bestaan en te leven, te onderscheiden van lichtere vormen van angst zoals bang zijn voor iets. Het ervaren van deze angst leidt altijd tot of vluchten of vechten of totale verlamming. Het trauma en de daarbij behorende ervaringen worden veelal op latere leeftijd of totaal vergeten of totaal verwrongen/vertekend of totaal ontkend.

5: Samenleving en individu
Vroeger was een gemeenschap klein. Ze omvatte misschien honderd mensen in een dorp die middels discussie of directieven gekregen van de heer besloten wat ze ergens van vonden. Het individu wist daarbinnen zijn plaats - en als hij die niet wist kon hij die in ieder geval redelijk makkelijk zelf afbakenen of kreeg hij die afgebakend door iemand die hoger in positie stond. Het leven was, hoe zwaar en moeilijk ook, overzichtelijk en daarom betrekkelijk rustig en veilig.

De gemeenschap is tegenwoordig een massa van ettelijke tienduizenden tot miljoenen die leeft bij de gratie van anonimiteit, communicatiesystemen met eigen wetten en regels, ingewikkelde administratieve regels en overlegstructuren, en gecompliceerde machtsstructuren.
Voor het individu is deze situatie een hele lastige. Met wie moet hij in gesprek? Hoe houd hij zich staande in die grote groep? Hoe vind hij zijn plek? Welke regel is nu belangrijk? Allemaal vragen waarop de massa, immers zo vaag en niet concreet, nauwelijks een persoonlijk antwoord kan geven.

De mens is niet goed toegerust om in grote gemeenschappen te leven en zal daarom, vanuit een gevoel van basale onveiligheid, nerveuzer en wantrouwender reageren op wat op hem afkomt. Hij zal strategieŽn ontwikkelen om die overzichtelijkheid en veiligheid wel binnen te halen. De keus voor een strategie van agressief gedrag is daarbij geen onbekende.
Vele denkers van uiteenlopende achtergrond zien de relatie tussen het individu en de moderne gemeenschap als problematisch. Ze stellen dat deze relatie met het complexer worden van de maatschappij steeds moeilijker wordt en nog meer onrust, misnoegen en onbehagen in mens en samenleving geeft. Een term die oudere denkers hiervoor gebruikten is onder meer vervreemding.

Pagina 6

6: Cultuur
In onze Westerse cultuur, net zoals overigens in andere culturen, zowel vroeger als nu, beoordelen we hardheid, grofheid, verbaal en fysieke geweld met een dubbele standaard. Enerzijds belijden we ritueel openlijk onze afkeer van agressie en geweld, anderzijds verheerlijken we geweld en grensoverschrijdend gedrag dan wel keuren we het goed (De Kooi, Guantanamo Bay, oorlog).

Onze moraal is dubbelhartig en schizofreen: agressie is fout, maar goed wanneer het mij uit komt of wanneer ik het doel OK vind. Dit alles onder het motto dat vrijheid en eigen ruimte boven alles gaan, ook boven het kwetsen en pijn doen van anderen.

In de opvoeding brengen we deze dubbele moraal over op onze kinderen. Met deze moraal in de hand beoordelen we daden van anderen en onszelf. Dit is wat we van elkaar zien en leren. Dit is waarmee we bestaand agressief gedrag legitimeren en mede de basis leggen voor agressief gedrag in de toekomst.

7: Omstandigheden en eigen verantwoordelijkheid Of iemand in een bepaalde situatie echt agressief wordt, hangt ook af van hoe die persoon de situatie ziet en in welke mate hij verantwoording neemt voor zijn gedrag. Belangrijke elementen zijn daarbij:

  • de mate van veiligheid die iemand ervaart (veiligheid in de zin van rust, geborgenheid, er mogen zijn, je geaccepteerd voelen en niet zozeer de veiligheid op straat waar altijd zo veel over te doen is),
  • de hoeveelheid stress en spanning die hij voelt (een hoog niveau daarvan gaat meestal gepaard aan een laag tolerantieniveau),
  • of hij een noodzaak tot agressief gedrag ziet of niet (is het echt nodig? zijn er alternatieven voorhanden),
  • of hij een ontsnappingsmogelijkheid ziet of niet (een kat in het nauw blijft niets anders over dan te vechten),
  • of hij ontremmers of stimulerende middelen gebruikt ja of nee (ja, alcohol verlaagt de drempel om agressie te gebruiken).

Het feit blijft echter dat de ene mens de andere niet is en dat verschillende mensen in dezelfde omstandigheden ander gedrag vertonen. Niet elke man die gestrest is en moeite heeft op tijd op zijn werk te komen snijdt een medeweggebruiker wanneer hij zich tekort gedaan voelt.

 
Terug naar 'Teksten Algemeen"