Parentificatie 'Gedwongen Geven en/of Nemen

Parentificatie 'Wat is het?
Veel ouders projecteren hun afgesplitste behoeften en/of persoonlijkheidskenmerken op hun kinderen waarbij het kind in de interactie zodanig wordt benvloed dat het zich steeds meer conform de projectie van zijn ouder(s) gaat gedragen.
Kinderen hebben niet het vermogen om die projectie te onderkennen en af te weren. Een kind past zich - vanuit gebondenheid en loyaliteit - aan de ouderlijke bewuste en onbewuste behoeften aan.
Dit verschijnsel noemen we het parentificatieproces.
Hierbij gaat een kind zich steeds meer en meer aan het afgesplitste deel of de behoefte van de ouder(s) conformeren. Tegelijk groeit hierdoor bij de ouder meer en meer de primitieve afweer tegen dit afgesplitste deel. Binnen deze interactie ontstaat meer en meer een groeiende onderlinge afhankelijkheid.

Er worden binnen het parentificatieproces twee hoofdrichtingen onderscheiden:
A. Het kind voldoet aan de narcistische gedragsverwachtingen van de ouders
B. Het kind voldoet aan orale zorgbehoeften van de ouder

Binnen elke hoofdrichting worden weer twee soorten onderscheiden:
Binnen A zijn dit:
1. het perfecte kind
2. de zondebok en/of het zwarte schaap

Binnen B zijn dit:
3. het zorgende kind
4. het kind dat kind moet blijven


Alle kinderen zorgen voor hun ouders. Ze helpen een handje in huis of proberen hun ouders te troosten als ze verdriet hebben. Maar soms schiet die zorg nogal door. Heel wat kinderen die er steeds moesten zijn voor hun ouders, ondervinden daar op volwassen leeftijd nog de gevolgen van.

Je ouders op je schouders
Ieder kind zorgt, want zorgen maakt je als mens waardevol, zorgen is dus een positieve menselijke eigenschap. Het is normaal dat een ouder veel geeft en een kind heel weinig. En dat beetje wat een kind teruggeeft, is bedoeld om het te laten groeien in zijn eigenwaarde, om het zelfvertrouwen en een gevoel van verantwoordelijkheid te geven. Dus het kind helpt met tafel afruimen, slaat de armpjes om je heen als je tranen in je ogen hebt, of geeft een te gekke stropdas voor vaderdag.

Gepaste zorg en ongepaste zorg
Voor een gezonde sociale emotionele ontwikkeling van een kind is echter nog meer nodig. En is dat je de zorg van je kind ziet en hem daarvoor erkenning geeft. "Je bent geweldig. Wat goed van je dat je me geholpen hebt." Zo weet het kind zich gezien en krijgt het gevoel: "Ik doe ertoe, ik mag er zijn."
Maar ook van belang is dat de zorg wordt afgebakend; dat heet gepaste zorg. "Tot hier toe en niet verder, want je bent nog maar 6. Ga maar lekker buiten spelen." Zo leert het kind (later) om zelf grenzen te stellen en voor zichzelf op te komen. Deze kinderzorg wordt met een psychologische term constructieve parentificatie genoemd. Maar een destructieve vorm van parentificatie kan ontstaan als een kind op een ongepaste manier voor zijn ouders zorgt.

Pagina 1

Als een kind te veel zorgt
Helaas hoeven we niet ver te zoeken om ouders tegen te komen die zich om welke reden dan ook naar het kind wenden om bijvoorbeeld in hun emotionele behoeften te voorzien. Deze ouders kunnen psychische problemen hebben, zijn misschien belangrijke personen uit hun leven verloren, of kunnen de praktische zorg niet aan.

Omdat kinderen loyaal zijn, blijven ze geven. Ze kunnen zich niet voor de nood van hun ouders afsluiten. Ze offeren zichzelf op om hun ouders gevoelens van pijn te besparen; ze voelen zich verantwoordelijk voor hun problemen. Ze vervullen de behoeften van ouders, maar verbergen hun eigen angsten, verdriet en nood "want mijn moeder heeft het al moeilijk genoeg"

Als deze ouders vervolgens de kinderzorg niet zien, erkennen en afgrenzen, dan ontwikkelen kinderen het gevoel: "Wat ik ook geef, het is niet goed genoeg. Mijn moeder blijft verdrietig". Of: "Het probleem van mijn vader blijft bestaan". Deze kinderen raken zichzelf kwijt, ontwikkelen weinig zelfvertrouwen en er ontstaat een groot schuldgevoel. Ze kunnen vaak met hun verdriet nergens heen en voelen een diepe eenzaamheid.

Het hoeft helemaal niet erg te zijn als een meisje van 11 voor het hele gezin kookt, omdat haar moeder ziek is. Maar als ze dat van haar 11e tot 18e jaar moet doen, heb je kans dat ze niet meer de gelegenheid heeft om kind te zijn.

Zeven vormen van ongepaste zorg

1. Het kind dat kind moet blijven
Ouders willen hun kind klein houden. Ze vinden het moeilijk om het los te laten, soms uit angst hun zorgfunctie te verliezen. Vaak gaat het om de nakomer, het enige kind of de laatste in rij.

2. Het kind als ouder
Het kind gaat zich ouder gedragen, als een volwassene, omdat de ouders daar onbewust om vragen. Het kind is 'een gelijke'. De dochter is bijvoorbeeld 'de vriendin' van haar moeder.

3. Het kind als partner
De emoties die je met je partner zou delen, deel je met je kind, bijvoorbeeld na een echtscheiding of overlijden. De partner-parentificatie is in onze samenleving in een hoog tempo aan het toenemen. Veel, heel veel kinderen worden de dupe van het verdriet, de angst of de woede van een of van beide ouders of van de machtsstrijd tussen de ouders.

4. Het kind dat zorgt
Sommige ouders zijn niet in staat om voor hun kinderen te zorgen, bijvoorbeeld omdat ze ziek zijn, het druk hebben of de zorg niet aankunnen. Meestal neemt het oudste meisje dan de zorg op zich voor de andere kinderen.

Pagina 2

5. Het brave kind
Zij probeert haar ouders te helpen door te vermijden dat er door haar problemen komen. Zij gaat in alles mee. Zij wil perfect zijn.

6. De zondebok
Er is veel spanning tussen de ouders en zij leidt de spanning tussen de ouders af naar haarzelf. Zij fungeert als bliksem-afleider door zelf lastig te zijn.

7. Het kind als ouder van de ouder
Ook op latere leeftijd kan dit voorkomen, bijvoorbeeld als de moeder dement is.

En dan ben je volwassen...
De gevolgen op langere termijn zijn zo verschillend als kinderen zelf zijn. Het karakter bepaalt de richting van het probleem. Toch kun je, als je enkele vormen van kinderzorg onder de loep neemt, bepaalde gevolgen herkennen n herleiden.

Het kind dat zorgde heeft veel moeite om de eigen noden en behoeften te kennen en onder woorden te brengen. Zo'n persoon vindt dat hij of zij (meestal zij) altijd sterk moet zijn. Ze gft altijd, of beschuldigt zichzelf ervan dat ze niet genoeg geeft. Tegelijk kan ze een negatief beeld van de wereld hebben: "iedereen wil van mij profiteren". Ze heeft het vertrouwen verloren dat er iemand is die hr iets zou willen geven. Ze geeft anderen dan ook nauwelijks een kans om iets terug te geven. Uiteindelijk raakt ze depressief en uitgeput.

Het kind dat braaf was, heeft nogal eens het idee dat hij of zij (ook hier: meestal zij) gewaardeerd wordt om wat ze presteert en niet om wie ze is. Ze heeft de neiging om anderen ook zo te beoordelen. Ze schermt zich emotioneel af, houdt alle gevoelens onder controle, liegt, of vermijdt conflicten. Dat gedrag heeft ze in haar jeugd geleerd om aan de ouderlijke verwachtingen te kunnen voldoen. Van Mulligen: "Een vrouw werkt zich te pletter, want zij voelt zich pas lekker als ze voldoet aan wat van haar verwacht wordt. Maar uiteindelijk wordt ze overspannen."

De zondebok kreeg telkens verwijten naar zijn of haar hoofd geslingerd. Voor haar emotionele behoeften was geen plaats. De gevolgen laten zich raden: een wantrouwen ten opzichte van anderen: "Ik heb het toch altijd gedaan", gevoelens van minderwaardigheid en moeite om in een groep te werken. Ze heeft het gevoel dat ze het niet waard is bemind te worden, behalve als ze zich aanpast, en dat weigert ze. Ze leeft vanuit de houding: "Ik heb niemand nodig, ik zorg wel voor mezelf". Ze komt over-assertief over en houdt anderen daarmee op een afstand; niemand vermoedt dat ze zlf wel eens iets nodig kan hebben.

Het kind dat kind heeft moeten blijven, heeft haar autonomie uitgesteld en blijft afhankelijk van de ouders. Dit kan zelfs doorgaan als ze getrouwd is. Ze is in de eerste plaats niet de echtgenote, maar de dochter van haar ouders. Ze kan moeilijk omgaan met problemen, uitdagingen en risico's, zonder de verantwoordelijkheid van haar ouders in te schakelen.

Pagina 3

Je eigen kinderen
Wat mensen aan leed in hun leven hebben meegemaakt, willen ze hun eigen kinderen besparen. Maar in de praktijk gebeurt het nogal eens dat het kroost toch (ongewild) het kind van de rekening wordt.

Soms verwachten ouders van hun kinderen de erkenning die ze van hun eigen ouders niet hebben gekregen. Deze kinderen moeten dus eigenlijk de tekorten van hun grootouders goedmaken: de roulerende rekening.
Kinderen spreken hun emotionele spaarrekening aan om de nood te lenigen van hun ouders en investeren zo hun spaargeld. Het probleem ontstaat vaak als deze kinderen zelf ouder worden. Dan moet er geput worden uit een bron die opgedroogd is. De energie is op! Onbewust verhalen ze hun tekorten uit het verleden op hun partner of eigen kinderen in het heden.

Hoe kun je zien of je kinderen ongepaste zorg aan jou geven? Door opmerkingen als: "Ik heb het maar niet tegen je gezegd, want daar word je zo verdrietig van. Of als kinderen zich rustig houden omdat hun broertje al zo moeilijk doet.
Het belangrijkste in de opvoeding is dat we het gevende kind zichtbaar maken. Je kunt niet vaak genoeg zeggen: "Ik ben trots op je, want je bent mijn dochter (of zoon)!"


Pagina 4

Programma-overzicht Parentificatie (onder Constructie)

Terug naar Teksten Algemeen